Contacteer ons
Terug naar alle berichten

Xirius Public bespreekt het Brussels regeerakkoord voor u: kwaliteit boven kwantiteit? – mobiliteit

Na maanden van onsuccesvolle onderhandelingen, is er finaal dan toch een Brusselse regering gevormd, onder leiding van nieuwe minister-president Boris Dilliès. En bij een nieuwe regering hoort vanzelfsprekend een regeerakkoord. Over dat regeerakkoord – dat pas na 6 dagen een officiële Nederlandstalige versie kende – zijn velen het eens: het is zeer beknopt.

In een reeks blogs gaat Xirius Public dieper in op de inhoud van dit akkoord en worden enkele pertinente zaken uitgelicht. In deze blogpost komt het beleidsdomein Mobiliteit aan de beurt.

Kernpunten van het mobiliteitsbeleid

De nieuwe regering pleit voor een “veiligere, vlottere, properdere, snellere, toegankelijkere en efficiëntere mobiliteit van alle vormen van mobiliteit die mee zorgt voor een harmonieuze leefomgeving en kwaliteitsvolle openbare ruimten en bevorderlijk is voor de aantrekkingskracht en de economische ontwikkeling van het gewest”.

Om dit ideaal te bereiken, zet de regering prioritair in op een nieuw mobiliteitsplan. Dit plan zal worden opgesteld, rekening houdende met de lessen die zullen worden getrokken uit de geplande en door de ordonnantie van 13 oktober 2023 opgelegde evaluatie van het bestaande Good Moveplan.

Het Good Move-plan is sedert de implementering ervan een bron van controverse. De nieuwe regering zegt een nieuwe benadering te willen uitstippelen die erop gericht is de verkeersveiligheid, de modal shift, de levenskwaliteit, de gezondheid en de vlotte verkeersdoorstroming te verbeteren.

Hoe die nieuwe benadering zich zal vertalen naar concrete maatregelen, daarover spreekt het regeerakkoord zich amper of niet uit. Er wordt enerzijds wel gezegd dat nieuwe circulatieplannen kleinere perimeters zullen hanteren dan voordien, die afgestemd zullen zijn op de sociaaleconomische realiteit, en die zullen vertrekken vanuit schoolomgevingen als centraal punt. Ook blijft het standpunt duidelijk dat de persoonlijke wagen een aanvulling dient te vormen op de prioritaire vervoerswijzen (voetgangers, fiets, openbaar vervoer). Anderzijds lijken de intenties van de nieuwe beleidsbepalers op dit ogenblik vooral in weinigzeggende algemeenheden te blijven steken. Een greep uit het aanbod:

  • De strategie zal berusten op een evenwicht tussen de wijken, waarbij ernaar gestreefd zal worden het juiste compromis te vinden tussen een autoluwe woonomgeving, een vlotte doorstroming voor doorgaand verkeer en economische bereikbaarheid;
  • De regering zal de nieuwe schoolwijken ondersteunen in nauwe samenwerking met de gemeenten;
  • De regering kiest voor een gemeenschappelijk mobiliteitsbeleid dat rekening houdt met alle vervoerswijzen (voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto’s);
  • Bij het opstellen van een nieuw mobiliteitsplan zal de burgerparticipatie worden versterkt door de inwoners van een betrokken perimeter op een representatieve wijze te raadplegen, naast het advies van de hulpdiensten;
  • Die raadpleging zal steunen op een duidelijke methodologie en kan, desgevallend, de vorm aannemen van een zo ruim mogelijke lokale raadpleging.

Het reeds bestaande gewestelijk verkeersveiligheidsplan zal verder worden uitgevoerd. Het streefdoel van nul doden en zwaargewonden tegen 2030 op de gewestwegen blijft gehandhaafd.

Wat de lage emissiezone (LEZ) betreft, stelt de nieuwe regering meer uitzonderingscategorieën in het vooruitzicht, onder meer voor bepaalde beroepscategorieën en voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. De regering doelt ook op een milder sanctiebeleid, en maakt dit al meteen vrij concreet. Zo zal er een jaarpas van 350 euro (of 200 euro aan het sociaal tarief) worden ingevoerd, waar tot nog toe enkel een dagpas kon worden gekocht. Daarnaast zullen overtreders voortaan een maandelijkse boete van 80 euro riskeren, waar zij tot op heden een driemaandelijkse boete van 350 euro konden verwachten.

Het regeerakkoord predikt voorts een rationeel budgetbeheer wat het openbaar vervoerbeleid betreft. Verschillende technische interventies en infrastructuurwerken worden uitgesteld of op de langere baan geschoven. Een voorbeeld is de opschorting en herevaluatie van de uitbreiding van metrolijn 3 tussen het Noordstation en Bordet. De nieuwe regering bevestigt evenwel de aanleg van een tramlijn aan Thurn & Taxis. Met een voorziene operationalisering rond 2028-2029, zal deze tramlijn er normaliter ook komen tijdens de huidige legislatuur. Tot slot zal ook het globale aanbod van de MIVB worden behouden.

Nog meldenswaardig is ook dat de regering in overleg met de NMBS een minimale dienstverlening beoogt van vier treinen per uur voor elk station van het voorstadsnet, teneinde de complementariteit tussen gewestelijk openbaar vervoer en treinvervoer te versterken.

Waar voor het openbaar vervoer enigszins de tering naar de nering wordt gezet, voorziet de nieuwe bestuursploeg wel een extra jaarlijks budget van 40 miljoen euro voor de herinrichting van de gewestwegen en de openbare ruimte.

Aangaande parkeerbeleid lijkt de nieuwe regering in eerste instantie te willen voortborduren op het beleid dat reeds was ingezet. Zo wil men parkeren buiten de openbare weg blijven stimuleren, het parkeren voor actieve en gedeelde vervoerswijzen (waaronder taxi’s en autocars) blijven vergemakkelijken en blijven inspelen op de specifieke behoeften van personen met een handicap. Daarnaast wordt wel een verruiming van de criteria voor professionele parkeerkaarten aangekondigd.

Afsluiten doet het regeerakkoord op vlak van mobiliteit met een voorgenomen aansluiting bij diverse reeds bestaande initiatieven over de gewestgrenzen heen.

Zo stelt de nieuwe regering te willen deelnemen aan de door de Vlaamse en Waalse regeringen gestarte gesprekken omtrent de invoering van een digitaal wegenvignet dat van toepassing zou zijn op het volledige Belgische grondgebied.

Ook zal worden onderzocht of de periodieke keuring van motorvoertuigen, naar voorbeeld van de andere gewesten, op tweejaarlijkse basis zou kunnen worden ingesteld. Het vraagstuk van de afstemming van de keuringsverplichtingen in de drie gewesten van ons land is zonder meer actueel. Immers mogen bewoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vrij hun motorvoertuig laten keuren in de andere gewesten, waar de keuringsattesten twee, en niet slechts één jaar geldig blijven. Aldus lijkt er sprake te zijn van een concurrentieel nadeel voor de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen keuringsstations.

Een laatste politiek voornemen dat is opgenomen in het regeerakkoord, betreft de graduele wering van de zwaarste personenwagens, in een zogenaamde “Light and Safe zone”.

Tot slot wordt ook de instelling van een tweede autoloze zondag per jaar in het vooruitzicht gesteld vanaf 2027.

Conclusie

De nieuwe Brusselse regering lijkt het mobiliteitsbeleid van de afgelopen jaren aldus niet drastisch over een andere boeg te willen gooien.

Hoewel er wordt aangestuurd op een nieuw mobiliteitsplan na de Good Move-controverse, zijn de intenties van de nieuwe beleidsbepalers zo vaag geformuleerd dat daar op dit moment nog weinig uitspraken kunnen over worden gedaan.

Op vlak van veiligheid en parkeerbeleid wordt voortgebouwd op de bestaande beleidsmaatregelen, terwijl het principe van de lage emissiezone overeind blijft, ondanks de verzachting van het sanctiebeleid en een verruiming van de afwijkingsmogelijkheden.

Wat openbaar vervoer betreft, zal in principe de vinger op de knip worden gehouden, maar blijft het bestaande aanbod normaliter overeind.

Noemenswaardige vernieuwingen zijn het bijkomende jaarlijkse budget van 40 miljoen euro voor de herinrichting van gewestwegen en de openbare ruimte enerzijds, en de aankondiging van een Light and Safe zone, waarin de zwaarste personenwagens niet meer zouden worden toegelaten. Dat er vanaf 2027 een tweede autoloze zondag bijkomt, zal door velen ongetwijfeld met de glimlach worden onthaald, maar is (althans juridisch gezien) niet meer dan een bijkomstigheid.

Tot slot lijkt de Brusselse regering zich in het zog van de Vlaamse en Waalse Gewesten te willen nestelen, wat de instelling van een geharmoniseerd wegenvignet betreft. Dezelfde tendens lijkt zich aan te kondigen met betrekking tot de periodiciteit van de verplichte autokeuring.

Hoewel het Brusselse regeerakkoord bol staat van de lovenswaardige doelstellingen, is het koffiedik kijken of, en überhaupt met welke instrumenten en maatregelen, de nieuwe regering één en ander zal kunnen (en willen) realiseren op het gebied van mobiliteit. Na anderhalf jaar regeringsvorming, stelt zich op dit moment dan ook de vraag hoelang het Brusselse mobiliteitsbeleid nog ter plaatse zal blijven trappelen.