Contacteer ons
Terug naar alle berichten

Xirius Public bespreekt het Brussels regeerakkoord voor u: kwaliteit boven kwantiteit? – klimaat, milieu & energie

Na maanden van onsuccesvolle onderhandelingen, is er finaal dan toch een Brusselse regering gevormd, onder leiding van nieuwe minister-president Boris Dilliès. En bij een nieuwe regering hoort vanzelfsprekend een regeerakkoord. Over dat regeerakkoord – dat pas na 6 dagen een officiële Nederlandstalige versie kende – zijn velen het eens: het is zeer beknopt.

In een reeks blogposts, waarvan deze het eerste luik vormt, gaat Xirius Public dieper in op de inhoud van dit akkoord en lichtten we enkele pertinente zaken eruit toe vanuit onze juridische expertise. Deze bijdrage focust op de beleidsdomeinen klimaat, milieu en energie.

Belangrijkste punten uit het regeerakkoord

Het regeerakkoord bevat onder titel 8 één enkele bladzijde die luidt “De milieu-, klimaat- en energie-uitdagingen aanpakken”. In eerste instantie wordt daarin verwezen naar het Europese klimaatbeleid, met name de Green Deal en de Klimaatwet, en het Klimaatakkoord van Parijs. Dit is vrij evident, nu niet alleen lidstaten als geheel, maar ook lokale en regionale besturen mee verantwoordelijk zijn voor de toepassing en handhaving van de regels die onder hun bevoegdheid ressorteren. De belangrijkste doelstelling die voortvloeit uit de Europese regelgeving is het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050.

Gebouwen

De Brusselse regering ziet in dat verband het meest potentieel in de energieprestaties van gebouwen, die verantwoordelijk zijn voor ongeveer 60% van de totale uitstoot, en stelt voorop een intensiever isolatiebeleid te willen voeren. Ze beschouwt de privésector daar als een belangrijke partner. Concreet worden de volgende zaken vermeld:

  • Concrete maatregelen;
  • Duidelijke financiering;
  • Systematische analyse en evaluatie;
  • Collectieve en massale aanpak;
  • Groene energie produceren in de Brusselse wijken met een focus op zones voor stedelijke herwaardering.

Opmerkelijk is dat bij geen enkele van deze punten enige verdere toelichting is opgenomen, waardoor het onduidelijk is op welke wijze, noch met welke budgetten de regering dit aspect zal aanpakken. Dit lijkt nochtans nodig, nu in het kader van onder meer de Green Deal op de lidstaten tevens de verplichting rust om te streven naar een emissievrij gebouwenbestand in 2050.

Bovendien wijst de Brusselse regering erop dat ongeveer 60% van de totale uitstoot in het Gewest toe te schrijven is aan slechte isolatie. Een effectief en efficiënt beleid inzake de isolatie (en energieprestatie) van gebouwen zal dus cruciaal zijn om voormelde doelstellingen te kunnen bereiken. Ten gevolge van het Renolution-dossier, dat leidde tot de tergend trage uitkering van renovatiepremies, heeft het Gewest er alvast alle baat bij opnieuw een debacle te vermijden en werk te maken van een betrouwbaar en stimulerend renovatiebeleid.

Dit is des te meer het geval aangezien de Europese Commissie, aan de hand van een recente beoordeling van het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) heeft geoordeeld dat verdere inspanningen en uitwerking van het NEKP vereist is om de Europese doelstellingen te bereiken. Specifiek met betrekking tot gebouwen is de Commissie scherp: er moet een duidelijk en geactualiseerd niveau van ambitie vastgesteld worden, met tussentijdse mijlpalen voor 2030 en 2040. Verder dienen er steunmechanismes op lange termijn opgezet worden en moet de elektrificatie van verwarming en de uitrol van warmtepompen bevorderd worden. Deze zaken zien we niet terugkomen in het Brusselse regeerakkoord. Sterker nog, er wordt zelfs niet verwezen naar het Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan dat opgesteld werd door Leefmilieu Brussel. Of de inhoud van dit plan bijgetreden wordt, dan wel aangescherpt, is opnieuw een blinde vlek in het akkoord.

Op het eerste zicht lijken de aangekondigde maatregelen te suggereren dat aan de ordonnantie van 7 maart 2024 tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing met het oog op de implementatie van de strategie voor de renovatie van de gebouwen (BS 22 maart 2024) verder uitvoering zal worden gegeven. Dit is evenwel ver van evident. De ordonnantie, die energieverslindende gebouwen verbiedt, minimale EPB-eisen invoert voor nieuwe gebouwen en renovatieverplichtingen oplegt voor bestaande gebouwen, zorgde immers voor heel wat wrevel en tegenstand, aangezien de kosten die gepaard gaan met de nieuwe EPB-voorwaarden vaak onbetaalbaar zijn voor armere gezinnen. Over dat luik hult het nieuwe regeerakkoord zich evenwel in stilzwijgen. Het is dan ook koffiedik kijken hoe de aangekondigde beleidskeuze in de praktijk zal worden geïmplementeerd, evenals afwachten op welke wijze er in het licht van de penibele financiële situatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal worden ingespeeld op de economische kant van het isolatie- en renovatieverhaal.

Overige beleidsaspecten

De rode draad doorheen het regeerakkoord, minstens met betrekking tot deze beleidsdomeinen blijkt het gebrek aan concretisering van maatregelen. Dit geldt namelijk ook ten aanzien van de andere beleidspunten die opgenomen zijn in het akkoord.

Zo wordt gesteld dat de productie van groene energie aangemoedigd wordt (“energiegemeenschappen, warmtenetten, biogasproductie enzovoort”), wederom zonder enige toelichting op welke wijze dit zal gebeuren. Idem dito wat betreft “innovatie door privébedrijven”. Over welke innovatie of technologische ontwikkeling het hier gaat, wordt niet gespecificeerd. Er is de loutere stelling dat dit gesteund zal worden door “de toepassing ervan te vereenvoudigen”. Het is dus gissen naar welke knelpunten geviseerd worden of in welke oplossingen voorzien zal worden.

Ook in dit kader zou op het eerste gezicht kunnen worden gedacht aan het uitdiepen van het bestaande juridische kader, dat vandaag gevormd wordt door ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en een interpretatiegids van Brugel. Anderzijds zou ook het afstemmen van stedenbouwkundige voorschriften of, meer algemeen, het plannings- en vergunningenbeleid op de actuele energiecontext een mogelijke piste kunnen zijn. Met Ans Persoons komt op de post van Staatssecretaris voor Leefmilieu & Klimaat, Stadsvernieuwing, Erfgoed en Imago van Brussel alvast iemand met een duidelijke kennis van het Brusselse kader inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening. The future will tell.

Een iets ruimere paragraaf bespreekt vervolgens de aanleg van openluchtzwemlocaties. Nog afgezien van de vraag in welke zin dit aspect kadert binnen klimaat, milieu of energie, stellen we ook hier vast dat het akkoord zich beperkt tot een louter engagement. Een verbintenis die “de aanleg van verscheidene openluchtzwemlocaties verder onderzoeken” overstijgt, is niet opgenomen.

Ook het drinkwaterbeheer is opgenomen in het regeerakkoord. De doelstelling daaromtrent lijkt tweeledig: de kwaliteit garanderen en kwetsbare mensen bescherming bieden. De belangrijke rol van Vivaqua wordt benadrukt en het Gewest verbindt zich ertoe een participatie daarin te nemen. Een opvallend stilzwijgen is er over PFAS en de aanpak die het Brussels Gewest daaromtrent zal voeren.  

Het laatste punt opgenomen in het regeerakkoord wat betreft het beleidsdomein milieu, klimaat en energie is een brandend actueel thema: de strijd tegen geluidsoverlast door vliegtuigen. Het regeerakkoord is gelimiteerd tot de stelling dat dit aspect voor alle partners een prioriteit is en houdt het diplomatisch door te stellen dat rekening gehouden zal worden met alle gezondheids- en economische aspecten. In welke richting het beleid zal evolueren, valt dus nog af te wachten. In ieder geval zal dit geen eenvoudige oefening zijn, aangezien deze problematiek niet enkel op gewestelijk, maar ook op gemeentelijk niveau speelt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De belangen van de Brusselse gemeenten zijn in dat kader ook niet steeds gelijklopend. Dat er recent opnieuw veel klachten ingediend zijn in verband met het vlieglawaai boven het noorden van Brussel, zal staatssecretaris Ans Persoons alvast aan het werk zetten.

Conclusie

Het Brusselse regeerakkoord kaart enkele belangrijke problematieken aan met betrekking tot de thema’s klimaat, energie en milieu. Echter kunnen uit het akkoord zelf slechts zeer weinig concrete acties afgeleid worden. Louter kwantitatief is het regeerakkoord zeer summier, en al helemaal wat betreft dit thema. Dit staat in schril contrast met de regeerakkoorden van de Vlaamse en Waalse regeringen. Zeker het Vlaamse regeerakkoord bevat een pak meer concrete doelstellingen en maatregelen.

In de inleiding van het Brussels regeerakkoord wordt terecht gewezen op het feit dat reeds veel tijd verstreken is sinds de verkiezingen. Hoewel de ambitie wordt uitgesproken om een concreet beleid te voeren, zal deze niet blijken uit de tekst van het regeerakkoord. Het is bijgevolg afwachten wat de komende 3,5 jaar zal brengen voor het Brussels Gewest, des te meer nu zij prioritair haar begroting op orde dient te stellen tegen 2029.