Contacteer ons
Terug naar alle berichten

Nieuw ontwerpdecreet hervormt de omgevingsvergunning: wat verandert er voor de vergunningenpraktijk? 

Op de laatste dag voor het zomerreces nam de Ministerraad maar liefst 126 verschillende beslissingen. Een ontwerp van decreet dat die dag goedgekeurd werd en onze bijzondere aandacht trok is de invoering van de zogenaamde modulaire omgevingsprocedure, waarvoor verschillende decreten gewijzigd worden.

De doelstelling van de Vlaamse Regering bestaat enerzijds uit het inhoudelijk versterken van vergunningsaanvragen met het oog op kwalitatievere vergunningen als eindresultaat. Anderzijds wordt ook een resem procedurele aanpassingen goedgekeurd. Zo hoopt de Ministerraad tot rechtszekere en robuustere vergunningen te komen. 

Hoewel er na deze tweede principiële goedkeuring van de modulaire omgevingsprocedure nog een advies van de Raad van State gevraagd zal worden en een parlementaire behandeling daarop zal volgen, lichten wij in onderstaande blogpost alvast de belangrijkste voorstellen voor de dagdagelijkse vergunningenpraktijk toe.

Inhoudelijke versterking van de vergunningsaanvragen

Een eerste interessante ontwikkeling is de invoering van “maatschappelijke meerwaarde” als beoordelingscriterium.[1] Hiermee wenst de Vlaamse regering vergunningen na te streven die niet alleen in de theorie en dus juridisch correct zijn maar ook vergunningen die in de specifieke context kloppen. Zo zal een vergunningverlenende overheid in de toekomst ook kijken of de projecten maatschappelijke, ecologische en economische belangen op een transparante manier afwegen. Hierbij merkt de regering zelf op dat deze toets uiteraard nog steeds te onderscheiden is van de legaliteit van de aanvraag. 

Verder worden het vooroverleg en de adviesverlening verder uitgewerkt. Zo zal elke vergunningsaanvrager het recht hebben om op eenvoudig verzoek en binnen een redelijke termijn een overleg aan te vragen.[2] Ook kan er op basis van preadviezen oplossingsgerichter gewerkt worden in dialoog met de aanvrager om zo op vlottere wijze tot een geïntegreerd advies van de omgevingsvergunningscommissie te komen. Zo zal een vergunningsaanvrager na het ontvangen van een preadvies een zogenaamde pauzeknop kunnen indrukken voor eventueel verder studiewerk of het voorbereiden van een wijzigingslus.[3] Deze pauzeknop houdt in dat een aanvrager maximaal drie keer een termijnverlening van 60 dagen kan aanvragen, in de vorm van een vaste termijnverlening.[4]

Ook hoopt de regering aanvragers te engageren om een volledige aanvraag in te dienen door de vergunningverlenende overheid niet langer een beslissing te laten nemen over de ontvankelijkheid en volledigheid.[5] De overheid kan wel nog steeds verzoeken de aanvraag te vervolledigen met ontbrekende stukken, zonder dat dit een opschorting van de behandelingstermijn met zich meebrengt. Zodra de vergunningverlenende overheid merkt dat er elementen in de aanvraag ontbreken, kan deze vragen om de aanvraag in te trekken of te vervolledigen. De aanvrager kan vervolgens hiertoe overgaan, dan wel meedelen dat hij een intrekking of vervollediging niet noodzakelijk acht. Zo wordt een aanvrager verantwoordelijk voor de (on)volledige versie van zijn aanvraag die in behandeling genomen wordt.[6] Aanvragers hebben er dus alle belang bij om van meet af aan een zorgvuldig uitgewerkte en volledige aanvraag in te dienen.[7]

Ten slotte zal er op alle vergunningsaanvragen één basisprocedure van toepassing zijn, de zogenaamde modulaire vergunningsprocedure.[8] Deze basis omvat een ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, advisering en een beslissing. Het is op basis van het voorwerp van de aanvraag dat een openbaar onderzoek aan de procedure toegevoegd wordt. 

Procedurele vernieuwingen

Verder is het duidelijk dat de Vlaamse Regering met de aanpassingen niet alleen hoopt om sterkere vergunningen te bekomen die minder zullen worden aangevochten, maar eveneens hoopt om het gehele vergunningenproces te stroomlijnen.

Zo zal het aantal openbare onderzoeken beperkt worden tot maximaal één openbaar onderzoek in eerste aanleg, bij aanvang van de vergunningsprocedure. In beroep zal er slechts een openbaar onderzoek georganiseerd worden wanneer daar gegronde redenen toe bestaan.[9] De bepalingen over de wijzigingslus geven aan wanneer er een (nieuw) openbaar onderzoek georganiseerd moet worden bij een gewijzigde aanvraag.[10]

Wanneer er een openbaar onderzoek georganiseerd wordt, zal het niet langer mogelijk zijn een “bezwaarschrift” in te dienen. Een van de procedurele, doch slechts vormelijke, wijzigingen is de aanpassing van de term naar “inspraakreactie”. Hiermee wenst de Vlaamse Regering te verduidelijken dat ook positieve reacties op een aanvraag nuttig kunnen zijn.[11]

De grootste procedurele wijziging schuilt evenwel in de invoering van een zogenaamde stel- en attentieplicht voor de responsabilisering van alle partijen.[12]  De attentieplicht houdt in dat alle inspraakreacties in de loop van de vergunningsprocedure aan de vergunningverlenende overheid moeten worden meegedeeld. De Regering hoopt zo dat de bevoegde overheden tijdig en op basis van alle inspraakreacties een volwaardige beoordeling kunnen maken. 

Verder gaat dit gepaard met de verplichte georganiseerde herzieningsprocedure, om zo eventuele onwettigheden al op administratief niveau op te sporen. Deze georganiseerde bestuurlijke herzieningsprocedure moet verplicht worden uitgeput vooraleer er een procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen kan worden opgestart. Dit heeft tot gevolg dat er alleen zij die ook een verzoek tot herziening ingediend hebben zich tot de RvVb kunnen wenden. Bovendien zijn de argumenten voor de RvVb beperkt tot grieven die in het verzoek tot herziening werden geformuleerd. 

In maart 2019 vernietigde het Grondwettelijk Hof een gelijkaardige regel aangezien er onvoldoende waarborg geboden werd dat het betrokken publiek de elementen van de aanvraag kan kennen. De Vlaamse Regering is van mening dat er met de nieuwe regeling voldoende waarborgen geboden worden aangezien de herzieningsprocedure plaatsvindt op het moment dat de initiële vergunningsbeslissing reeds genomen is. 

Met de stel- en attentieplicht lijkt de regering een trechter te creëren waardoor de stroom beroepen bij de RvVb een halt toegeroepen wordt. 

Bovendien is er ook sprake van een vereenvoudiging van de geïntegreerde procedure en de beslissingen over de zaak der wegen. Momenteel moet de gemeenteraad zich uitspreken over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg. Tegen de beslissing van de gemeenteraad kan er beroep ingediend worden bij de Vlaamse Regering, die de beslissing enkel kan vernietigen of het beroep kan afwijzen. Aangezien dit een blokkerend en vertragend effect kan hebben op de vergunningsprocedures, voorziet men nu in een verplichte heroverweging van de beslissing. Dit wordt uitgewerkt als module binnen het OVD.[13]

Een andere procedurele nieuwigheid is de mogelijkheid om een vergunning in te trekken tijdens de jurisdictionele procedure. Momenteel kan een omgevingsvergunning enkel worden ingetrokken voor zover zij onwettig is en de intrekking plaatsvindt binnen de beroepstermijn of voor de sluiting van de debatten van het vernietigingsberoep. Nu wordt er voorzien in de mogelijkheid om een vergunning in te trekken en te vervangen door een verbeterde vergunning, zonder dat de onwettigheid van de ingetrokken beslissing zo erkend wordt.[14]

Besluit

De Vlaamse Regering maakt van rechtszekere vergunningen een prioriteit. De recente wijzigingen aan diverse decreten, die zowel de inhoudelijke versterking van vergunningen als procedurele aanpassingen omvatten, illustreren die ambitie. Het is nu afwachten hoe de Raad van State deze wijzigingen zal beoordelen.


[1] Art. 3. 

[2] Art. 18.

[3] Art. 33.

[4] Art. 43 §3, derde en vierde lid. 

[5] Art. 29.

[6] Art. 30.

[7] Art. 29.

[8] Art. 24. 

[9] Art. 36.

[10] Art. 39.

[11] Art. 36 §2. 

[12] Art. 56.

[13] Art. 79 §2. 

[14] Art. 87.