Contactez-nous
Back to all posts

Verzameldecreet Omgeving 2026: de belangrijkste wijzigingen op een rij

Op 26 juni 2026 bekrachtigde de Vlaamse Regering het Verzameldecreet Omgeving-Landbouw 2026[1]. Het decreet wijzigt maar liefst 25 wetten en decreten uit het beleidsdomein Omgeving en treedt grotendeels in werking op 20 augustus 2026. Het gaat niet om een fundamentele hervorming, maar om een optimalisering van bestaande regelgeving. Knelpunten worden weggewerkt, procedures vereenvoudigd en bestaande regelingen afgestemd op recente decreetswijzigingen, waaronder het Instrumentendecreet van 26 mei 2023[2]. In deze blogpost bespreken we de voornaamste wijzigingen. 

Planbaten en planschade

De meest uitgebreide wijzingen werden aangebracht aan de regeling met betrekking tot planbaten en planschade. 

Een eerste wijziging betreft de afschaffing van het meerwaarderamingsrapport. Dat instrument werd ingevoerd door het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 en moest initiatiefnemers van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) toelaten vooraf een inschatting te maken van de planbaten. Omdat het rapport zich beperkte tot de meerwaarde op niveau van het plan en dus geen uitspraken deed op perceelsniveau, waardoor het weinig rechtszekerheid of duidelijkheid bood aan zowel de initiatiefnemer als betrokken eigenaars, wordt het nu terug geschrapt. 

Verder wordt het toepassingsgebied van het zogenaamde ‘recht op inkeer’ uit artikel 2.6.5, 3° VCRO beperkt. Het recht op inkeer geldt als uitzondering op de planbatenheffing voortaan enkel nog wanneer een RUP of BPA wordt vastgesteld ter uitvoering van een rechterlijke beslissing die een planschadevergoeding oplegt. Daarmee sluit de decreetgever aan bij de regeling in het Instrumentendecreet omtrent planbaten. De planschadeprocedure werd daarin grotendeels omgevormd van een gerechtelijke naar een administratieve procedure.

Daarnaast worden de begunstigden of vergoedingsgerechtigden bij aanduiding van een watergevoelig openruimtegebied (WORG) uitgebreid. Waar vandaag volgens de regeling in artikel 5.6.8, §6 VCRO enkel de volle eigenaar of naakte eigenaar aanspraak kan maken op een vergoeding, wordt voortaan aangesloten bij de systematiek van het Instrumentendecreet. Onder dat decreet hebben alle zakelijk gerechtigden recht op een vergoeding volgens hun respectievelijk aandeel in de eigendom, bijvoorbeeld bij planschade. 

Tot slot wordt de salderingsregel opnieuw ingevoerd voor gebiedsgerichte RUP’s. Meerwaarden en minwaarden binnen eenzelfde project kunnen daarbij tegen elkaar worden afgewogen. Er wordt voorzien in een uitzondering op planschade in het geval dergelijk RUP globaal een meerwaarde creëert. De planbatenheffing zal afhankelijk zijn van de netto meerwaarde.

Lasten bij vergunningen

Wat de regeling inzake lasten betreft, wordt een overgangsregeling ingevoerd voor het verval van vergunningen wegens niet-uitvoering van lasten (artikelen 99, §1, eerste lid, 6° en 102, §1, eerste lid, 3° Omgevingsvergunningsdecreet). De vervalregeling geldt alleen voor vergunningsaanvragen die vanaf 1 januari 2024 ingediend zijn. 

Daarnaast wordt bestuursdwang opnieuw mogelijk wanneer lasten in natura bij een verkavelingsvergunning niet worden uitgevoerd. Het opleggen van een financiële waarborg wordt optioneel waar die voorheen verplicht was. 

Vermoeden van vergunning

Een andere wijziging betreft het vermoeden van vergunning. Naar aanleiding van een arrest van het Grondwettelijk Hof (GwH) van 19 oktober 2023 ontstond rechtsonzekerheid over het aanvangspunt voor de beroepstermijn voor derden tegen registratiebeslissingen. Die termijn liep oorspronkelijk vanaf de registratie van de constructie in kwestie in het vergunningenregister (artikel 4.8.11, §2, 2°, b) VCRO). Omdat het GwH oordeelde dat burgers niet geacht kunnen worden dat register voortdurend te raadplegen, krijgt de Vlaamse Regering nu de mogelijkheid om een systeem van actieve bekendmaking uit te werken, alsook de termijn van inwerkingtreding. 

Vergunningen van bepaalde duur 

Daarnaast wordt de mogelijkheid om vergunningen van bepaalde duur bij te stellen qua duur, voorwerp, en milieuvoorwaarden vergemakkelijkt. De regeling heeft voornamelijk betrekking op indirecte lozingen in grondwater, zoals huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater. De leidend ambtenaar van de VMM zal voortaan sneller een bijstellingsprocedure kunnen initiëren wanneer Europese verplichtingen, onder meer voortvloeiend uit de Kaderrichtlijn Water, dat vereisen. 

Beperkte planaanpassingen mogelijk door vergunningverlenende overheid

Verder wordt een discussiepunt uit de rechtspraak opgelost. Artikel 4.3.1 VCRO laat toe om bij een vergunning voorwaarden op te leggen, waaronder beperkte aanpassingen aan de voorgelegde plannen. Omdat dat artikel verwees naar artikel 30 Omgevingsvergunningsdecreet stelde de rechtspraak dat dergelijke wijziging slechts mogelijk zou zijn op verzoek van de aanvrager. Dat was echter niet de bedoeling van de decreetgever. Nu wordt verduidelijkt dat dergelijke beperkte planaanpassingen ook door de vergunningsverlenende overheid kunnen worden opgelegd.

Woonreservegebieden

De decreetgever voorziet voortaan in de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van de bestaande vrijgavevoorwaarden voor kleinere woonreservegebieden en restpercelen. Daarnaast zal een vrijgavebesluit niet langer vereist zijn voor vergunningsaanvragen in woonreservegebied die geen bebouwing of verharding met zich meebrengen, zoals de sloop van constructies of het vellen van bomen. 

Verdere digitalisering

De digitalisering van omgevingsvergunningsprocedures wordt verder doorgetrokken. De meest opvallende wijziging betreft de stedenbouwkundige verordeningen. De procedure zal in de toekomst verplicht via het DSI-platform verlopen. De concrete modaliteiten moeten wel nog worden uitgewerkt door de Vlaamse Regering, alsook de datum van inwerkingtreding.

Overige

Naast voormelde wijzigingen bevat het verzameldecreet nog tal van andere (kleine) wijzigingen, onder meer met betrekking tot:

  • invoering van een juridisch kader voor valwild, i.e. wild dat betrokken raakt bij een verkeersongeval; 
  • indexeringsregeling voor de prijs van jachtverloven en jachtvergunningen;
  • kennisgeving voorkooprecht aan kandidaat-koper en verkoper;
  • kennisgevingen bij beroepen Bodemdecreet;
  • termijn om te beslissen over de intrekking van een vergunning voor het opsporen en winnen van koolwaterstoffen/aardwarmte;
  • actualisatie van het oprichtingsdecreet VLM;
  • termijn project-m.e.r.-screening;
  • aanpassing van bijlage III van de Nitraatrichtlijn – invoering van RENURE in Vlaanderen. RENURE = verzamelwoord voor hoogwaardige meststoffen geproduceerd door recuperatie van nutriënten uit dierlijke mest of verkregen na de vergisting van dierlijke mest; 
  • rapportering van milieuschade (artikel 15.11.1 DABM) – vijfjaarlijks in plaats van tweejaarlijks (inwerkingtreding op 1 mei 2027);
  • [3]

Voormelde wijzigingen treden in werking op 20 augustus 2026, tenzij anders vermeld. 

Heeft u vragen over deze wijzigingen? Aarzel dan zeker niet om onze experten ter zake te contacteren. Zij helpen u met plezier verder. 


[1] Decr.Vl. 26 juni 2026 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw, BS 10 augustus 2026. Voor de parlementaire voorbereiding zie: Ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw, VLAAMS PARLEMENT, 2025-2026, 31 maart 2026, nr. 780/1, https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/parlementaire-initiatieven/2016884.

[2] Decr.Vl. 26 mei 2023 betreffende het realisatiegerichte instrumentarium, BS 3 juli 2023.

[3] Voor een uitgebreidere bespreking van enkele wijzigingen en overgangsregelingen zie: https://omgeving.vlaanderen.be/nl/decreten-en-uitvoeringsbesluiten/verzameldecreet-omgeving-2026 en https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/2026-06/Verzameldecreet-2026_Varia.pdf.