Vlaamse Regering stelt nieuw klimaatplan voor
Na lang onderhandelen kwam de Vlaamse Regering onder het motto “haalbaar en betaalbaar”, afgelopen weekend naar buiten met een nieuw klimaatplan[1].
In het Regeerakkoord van 30 september 2024 omschreef de Vlaamse Regering de klimaatverandering als “een grote uitdaging, maar tegelijkertijd ook een opportuniteit”. De inhoud van dit Regeerakkoord namen we reeds begin oktober onder de loep (“Wat zegt het nieuw Vlaams Regeerakkoord over milieu, klimaat en energie?”). Een deel van de speerpunten dat toen reeds aan bod kwamen, zien we nu gereflecteerd in het klimaatplan, dat uitvoering geeft aan het Regeerakkoord. In deze bijdrage gaan we dan ook dieper in op de specifieke maatregelen en basisprincipes die met het klimaatplan vooropgesteld worden.
Net zoals in het Regeerakkoord staat ook met het klimaatplan de ambitie centraal om tegen 2030 de CO2-uitstoot met 40% (of 30,9196 megaton) te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2005. Uit de prognose die voortvloeit uit het laatste voortgangsrapport[2] van februari 2025 bleek evenwel dat Vlaanderen zonder bijkomende maatregelen zou stranden op een percentage van 34,9% in 2030. Bijgevolg lanceert de Vlaamse Regering nu bijkomende maatregelen, waarbij wordt ingezet op verschillende fronten, die we hieronder per sector bespreken.
- 1. Transport en mobiliteit
In de categorie transport en mobiliteit stelt de Vlaamse Regering de grootste cluster maatregelen voor, met name een 9-tal. Samen zouden deze moeten leiden tot een reductie van 0,562%.
In uitvoering van de EU-tolrichtlijn zullen de minister van Financiën en de minister van Mobiliteit ten laatste op 1 januari 2026 het proces opstarten om een kilometerheffing voor zware vracht te implementeren. Verder zal de minister van Mobiliteit 500 extra vrachtwagens financieren om micro-ondernemingen te ondersteunen bij de energieomslag.
Voor vrachtvervoer in het algemeen wordt voorgesteld de regelgeving voor lange en zware voertuigen aan te passen, waarbij extra massa en lengte toegelaten wordt voor elektrische vrachtwagens.
Een vierde maatregel betreft transportmaatregelen in het kader van het sociaal klimaatplan, die uiteenvallen in 4 submaatregelen: investeringen in fietsinfrastructuur, versterking van openbaar vervoer in vervoersarme regio’s, aanpakken van blinde vlekken waar vervoersnood het hoogst is en vervoer op maat. Eveneens wordt geïnvesteerd in walstroom voor de binnenvaart.
Voor particulieren bestaat de belangrijkste mobiliteitsmaatregel uit het voorstel van de minister van Mobiliteit om een uniforme batterijcheck (als onderdeel van de CarPass) in te voeren voor tweedehands elektrische wagens, waardoor de aankoop van deze voertuigen gestimuleerd wordt. Verder zou eind 2025 ook een Masterplan Fiets opgeleverd worden, dat woon-werkverkeer met de fiets moet stimuleren.
Met steden en gemeenten en in samenwerking met de transportsector zal ingezet worden op stedelijke logistiek, waarbij steden en gemeenten beloond kunnen worden wanneer zij aandacht besteden aan verkeersveiligheid en emissiereductie.
Tot slot beoogt een laatste transportmaatregel, in afwachting van een doorgedreven elektrificatie, de bijmenging van geavanceerde biobrandstoffen. Deze maatregel kadert eveneens in een ruimere Europese context, met name de Hernieuwbare Energierichtlijn.
- 2. Gebouwen
Met betrekking tot gebouwen zet de minister van Wonen in op een verhoogde renovatiegraad, die moet leiden tot een bijkomende vermindering van 0,03%. Concreet gaat het over de volgende maatregelen:
- MijnVerbouwPremie voor sociale huur, de laagste inkomensgroep, collectieve warmtepompen VME en geconventioneerde huur;
- Renovatiesubsidies voor sociale huurwoningen;
- Een versterking van het noodkoopfonds;
- Een versterking van MijnVerbouwBegeleiding;
- Assistentiehubs tegen energiearmoede;
- Renovatie lokale gebouwen met sociale functie.
- 3. Landbouw
De bijdrage vanuit de landbouwsector wordt geschat op een reductie van 0,845%. De minister van Landbouw zet daarbij in op een 5-tal maatregelen. In eerste instantie zal de minister het gebruik van pocketvergisters[3] stimuleren, alsook de toepassing van dagontmesting[4].
Algemeen zal voor de landbouwsector een keuzepakket aan klimaatmaatregelen opgesteld worden. Landbouwers zullen daarbij een keuze kunnen maken aangaande de maatregelen die zij willen toepassen. Deze keuze is verplicht, maar de cijfers die vooropgesteld worden, zijn richtinggevend en dus niet dwingend.
Tot slot wordt met het klimaatplan ook geïnvesteerd in glastuinbouw en wordt een uitbreiding van bestaande klimaatscans ingevoerd, alsook een verhoogde toepassing van compost.
- 4. ESR-industrie
De ESR-industrie (de niet-ETS-sector, die het voorwerp uitmaakt van de Effort Sharing Regulation) dient een bijdrage te leveren van een vermindering van uitstoot met 0,137%. Dit zou het resultaat moeten zijn van de volgende maatregelen:
- Herziening van de Ecologiesteun;
- Ecoboostlening;
- Doorrekenen van de federale groene investeringsaftrek;
- Vergroeningsscans door de VLAIO;
- CfD.
- 5. Afval
Voor de afvalsector zal een hervorming van de afvalheffing worden doorgevoerd met als doel recyclage structureel interessanter te maken dan verbranden of storten. Dit zou een uitstootreductie van 0,07% met zich moeten meebrengen.
- 6. Overkoepelende maatregelen
Los van de sectorspecifieke maatregelen zet de Vlaamse Regering met het klimaatplan ten slotte nog in op 2 grote pakketten aan maatregelen: de Fit for 55-maatregelen en een Vlaamse taks shift.
Fit for 55-maatregelen
Ook deze maatregelen kennen hun oorsprong in het Europese kader. De Vlaamse Regering voorziet in de omzetting van het Energy Performance of Buildings Directive (Richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen richtlijn), die gepaard gaat met het stimuleren van de installatie van warmtepompen. Daarnaast zal ook de verplichting om energie-audits uit te breiden naar vergroening nageleefd worden. Hiermee wordt het potentieel voor kostenefficiënt gebruik in kaart gebracht. Samen zouden deze maatregelen 0,14% uitstootvermindering teweegbrengen.
Vlaamse taks shift
Tot slot, zal de Vlaamse Regering een belastingverschuiving doorvoeren die betrekking heeft op gebouwen, transport en de ESR-industrie en die moet leiden tot een bijkomende reductie van 0,82%. Concreet zal meer dan 360 miljoen euro aan belastingen niet langer van de elektriciteitsfacturen zal komen, maar van de fossiele brandstoffen. Op die manier zou er een stimulans gecreëerd worden om meer te elektrificeren, onder andere door het gebruik van elektrische wagens, e-boilers en warmtepompen. Er wordt daarbij gestreefd naar een netto-operatie voor gezinnen met een gemiddeld gebruik van elektriciteit en aardgas of stookolie.
- 7. Conclusie
Met het nieuwe klimaatplan voert de Vlaamse Regering een resem aan maatregelen in die er samen voor moeten zorgen dat Vlaanderen alsnog de doelstelling van een broeikasgasemissiereductie van 40% aan tegen 2030 moet behalen. Dit kan alleen indien deze maatregelen sluitend worden ingevuld en worden strikt uitgevoerd.
Op dit moment van deze bijdrage werd de aanpassing van het klimaatplan nog niet opgenomen in een geactualiseerde versie van het Vlaams Energie- en Klimaatplan, maar werd wel reeds een conceptnota gepubliceerd.
Xirius volgt de verdere ontwikkelingen uiteraard op de voet en, zoals steeds, zijn wij vanzelfsprekend beschikbaar voor vragen of adviesnoden die betrekking hebben op deze thematiek.
[1] De conceptnota aan de Vlaamse Regering is beschikbaar via de volgende link: https://themis.vlaanderen.be/files/94b61fb0-58f9-11f0-a08a-ed399b8daf27/download?name=VR%202025%200407%20MED.0272-1%20Actualisatie%20VEKP%20-%20mededeling.pdf&content-disposition=inline.
[2] Dergelijk rapport wordt jaarlijks opgesteld door de Vlaamse Regering, waarbij ze de effectiviteit van het Vlaams Energie en Klimaatplan evalueert in het licht van de beoogde emissiereducties.
[3] Met pocketvergisting (d.m.v. een biogasinstallatie) worden eigen biomassastromen, zoals mest, vergist door het landbouwbedrijf in kwestie, waarbij hernieuwbare energie geproduceerd wordt.
[4] Dagontmesting houdt in dat mest automatisch en dagelijks uit stallen worden verwijderd waardoor minder broeikasgassen vrijkomen. Deze mest kan op zijn beurt gebruikt worden voor pocketvergisting.