Hoe lang zijn de ontslagnemende regeringen Jambon en Vivaldi in lopende zaken?
Lopende zaken betreffen de bevoegdheden die de regering als uitvoerende macht kan blijven uitoefenen als ze handelt in een toestand waarin geen volwaardige parlementaire controle meer mogelijk is.[1]
Er is geen volwaardige parlementaire controle 1) tussen de ontbinding van de Kamers en de daaropvolgende verkiezingen, omdat de Kamers dan niet meer samen komen, en 2) op het moment dat de Kamer haar controle niet voluit kan uitoefenen, bijvoorbeeld als ze de regering niet tot ontslag kan dwingen omdat die al ontslagnemend is. Daarom geldt ook tijdens de periode van de regeringsvorming het stelsel van lopende zaken, zelfs al is er dan een nieuw verkozen parlement dat functioneert. Op dat moment is het evenwicht tussen de drie machten echter verstoord, en moet de uitvoerende macht zich beperken tot wat men de “lopende zaken” noemt.
Dat de regering toch nog bepaalde beslissingen kan nemen, berust op het continuïteitsbeginsel dat de werking van de openbare dienst beheerst en ertoe strekt de bestendigheid van de openbare instellingen en van hun werking te verzekeren.[2] Het kan rechtvaardigen dat overheidshandelingen of regels met betrekking tot overheidsdiensten of ambtenaren eventueel afwijken van principes of regels die normalerwijze gelden.[3]
De vraag rijst evenwel wat het gebrek aan volwaardige parlementaire controle inhoudt en of het principe van de lopende zaken, bij gebrek aan deze parlementaire controle, op dezelfde wijze geldt voor de federale regering als de Vlaamse regering.
In beginsel zijn vergelijkbare algemene spelregels inzake het parlementair toezicht op de regering en de periode van lopende zaken van toepassing voor de federale regering en de Vlaamse regering. Toch bestaat er een belangrijk verschil tussen de toezichthoudende parlementen dat een impact kan hebben op hun optreden en dat van hun regeringen.
Het Vlaams parlement is sinds 1993 een legislatuurparlement en kan bijgevolg niet worden ontbonden voor de zittingsperiode van vijf jaar voorbij is.[4] Dit wil zeggen dat het Vlaams parlement pas ontbonden wordt vlak voor haar vernieuwing en het aantreden van de nieuwe lichting Vlaamse volksvertegenwoordigers. Bijgevolg wordt het Vlaams parlement onmiddellijk opgevolgd door een nieuw democratisch verkozen parlement.
Het federaal parlement is daarentegen geen strikt legislatuurparlement. In beginsel worden alle federale parlementsleden gekozen of aangewezen voor een termijn van vijf jaar en vindt de verkiezing van de Kamerleden plaats op de eerste zondag die volgt op het verstrijken van de ambtstermijn van vijf jaar, tenzij het federaal parlement voortijdig wordt ontbonden.[5] Sinds 1930 wordt het federaal parlement evenwel systematisch voortijdig ontbonden.[6] De legislatuur duurt in wezen dus tot de voortijdige ontbinding. Eenmaal het federaal parlement werd ontbonden, moeten er verkiezingen georganiseerd worden binnen veertig dagen en moet het nieuwe parlement binnen twee of drie maanden samenkomen.[7] Het federaal parlement wordt in de praktijk dus steeds verschillende tientallen dagen voor de parlementsverkiezingen ontbonden. Vervolgens worden de openingszitting en de eedaflegging van de nieuwe Kamerleden opnieuw pas verschillende weken na de parlementsverkiezingen georganiseerd.
Het federaal parlement heeft in wezen dus verschillende weken geen leden en kan niet langer haar taken vervullen als democratisch verkozen vertegenwoordiging van het Volk, terwijl het Vlaams parlement in beginsel steeds wordt bezet door representatieve parlementsleden.
De federale regering zal bijgevolg reeds vanaf de voortijdige ontbinding van het federaal parlement voor de parlementsverkiezingen niet meer onderworpen worden aan het parlementair toezicht. Zij zal tot de hernieuwing van het federaal parlement na de verkiezingen in ieder geval niet kunnen worden gecontroleerd door het parlement. Daarentegen zal de Vlaamse regering in principe steeds onder het toezicht van het Vlaams parlement kunnen staan aangezien het Vlaams parlement geen voortijdige ontbinding kent en haar volledige legislatuur uitdoet.
Punt blijft evenwel dat de beide regeringen, zodra ze ontslagnemend zijn, ontsnappen aan een effectieve controle door hun respectieve parlementen. Immers volgt uit het gegeven dat de regeringen ontslagnemend zijn uiteraard dat de betrokken ministers niet meer kunnen worden ontslagen. De dreiging van het ontslag geldt dus niet langer.
Het Hof van Cassatie en de Raad van State hebben de ratio van de leer van de lopende zaken reeds als volgt uitgelegd: de regering is beperkt in haar bevoegdheden, omdat het ultieme parlementair controlemiddel – het ontslag – is weggevallen en de politieke verantwoordelijkheid van de ministers aldus is uitgehold.[8] De regering moet zich om deze reden beperken tot het beheer van de lopende zaken wanneer zij niet langer onder het toezicht van het parlement handelt.[9] De lopende zaken zullen blijven « lopen » tot op het ogenblik dat de nieuwe (Vlaamse of federale) regering zal zijn benoemd.